Wat maakt de mens? – Recensie

Wat maakt de mens? – Recensie

Weten wat ons mens maakt kan ons helpen te navigeren in het digitale tijdperk. In Wat maakt de mens? zetten Kirsten Poortier, Erik Myin en Peter-Paul Verbeek deze vraag in de gelaagde en rijke context die de mens verdient.

De vraag lijkt in het eerste oogopslag simpel: Wat maakt de mens? Maar het is een vraag waar al eeuwen lang op wordt gekauwd. Vele filosofen gaven definities: Aristoteles noemde de mens animal rationale, Descartes res cogitans. De definities veranderden en reflecteren de tijd waarin ze werden opgesteld. Bij opkomst van de telefoon en radio bijvoorbeeld, werden onze hersenen door neurofysiologen vergeleken met een telefooncentrale. Later zijn we de hersenen gaan beschrijven in algoritmes. Waar voorheen de vraag was wat ons anders maakt dan dieren, wordt nu gevraagd wat ons onderscheidt van technologie. We gebruiken technologische begrippen om de mens beter te begrijpen, en tegelijkertijd proberen wij computers te ontwerpen die typisch menselijke taken kunnen uitvoeren.

ONS ZELF

Natuurlijk en kunstmatig zijn elkaars tegenpolen, waar natuurlijk vaak wordt gezien als iets goeds. Dat we van nature kunstmatig zijn voelt daarom misschien tegenstrijdig. De term natuurlijke kunstmatigheid komt vanuit verschillende perspectieven terug in Wat maakt de mens? Natuurlijke kunstmatigheid: we bestaan, maar we hebben ook een verhouding tot dat bestaan. Of zoals het ook genoemd wordt: natural-born-cyborg, omdat we een mengeling van biologisch organisme en technologie zijn.

Gangbaar uitgangspunt voor onderzoek is om objectief te zijn. Observeren vanuit derdepersoonsperspectief. zowel in onderzoek naar de mens als onderzoek naar technologie, dieren en planten. Alleen kun je vanuit dat perspectief nooit bepalen of iemand mens is. Je voelt je gewoon mens. Dit eerstepersoonsperspectief gaat erover hoe mensen hun bestaan ervaren. Dit perspectief moet dus zeker ook bestudeerd worden als het gaat om wat ons mens maakt, de enige die kan beoordelen of hij daadwerkelijk mens is, is de mens zelf.

ONS BREIN

Het dualisme beschrijft een scheiding tussen denken en lichaam, rationeel denken wordt gezien als belangrijk. Metaforen beschrijven vaak de belangrijkheid van ons brein. Wij zijn ons Brein: alles is terug te brengen naar hersenactiviteit. Ons brein kan worden omschreven als een computer: je ontvangt input via je sensoren. Dan gebeurt er iets in je hersenen en vormt zich een stappenplan, die output hoeft alleen nog worden uitgevoerd. Ons brein als een black box.

ONS LIJF EN TECHNOLOGIE

Toch doen we met de uitspraak dat we ons brein zijn de mens tekort, zo lezen we in Wat maakt de mens? Ons lijf is de manier waarop we met de wereld interacteren. Een danser kan pas nadenken over de choreografie als ze het aan den lijve heeft ervaren. Cognitie vindt ook buiten ons lijf plaats, in een notitieboek bijvoorbeeld dat heel intensief wordt gebruikt. Als dit notitieboek wordt weggehaald zou het net zijn of een deel van ons brein verdwijnt.

Technologie is niet simpelweg een tool die je gebruikt, we hebben tegenwoordig te maken met dynamische systemen, het is meer een samenwerking. Mensen leren van de technologie en de technologie van de mens. Technologie geeft mede vorm aan het morele handelen van mensen, het bemiddelt de relatie tussen de mens en de wereld. Door ons bewust te zijn van deze bemiddeling, kunnen we daar ook verantwoordelijkheid voor nemen. Of zoals er zo mooi wordt gezegd in het boek: ‘We krijgen als mens eerder meer dan minder morele verantwoordelijkheid in de wereld met handelende niet-mensen’.

STRUCTUUR

Wat maakt de mens? is niet opgebouwd als andere boeken. De auteurs onderbreken hun eigen woorden regelmatig met primaire teksten: zorgvuldig uitgezochte citaten uit de originele teksten van de filosofen. Erg waardevol. Daarnaast wordt er continu heen en weer verwezen tussen de verschillende hoofdstukken, zodat je ook echt context gaat zien. Een conclusie op basis van een mindmap zou perfect passen. Welke theorieën geven ons nu uiteindelijk informatie over wat ons mens maakt? Welke vragen zijn er in dit onderzoek allemaal bij gekomen? En wat zijn de begrippen die ons meer leren over ons mens-zijn?

ANTWOORD OP DE VRAAG?

Elk antwoord op de vraag wat de mens maakt lijkt tekort te schieten. Dat er geen standaarddefinitie is van wat ons mens maakt, dat de mens geen essentiële kenmerken heeft, is alleen maar goed. Zo zijn we flexibel en in staat als mens overeind te blijven in een wereld die continu verandert. We excelleren als mens juist in een omgeving met onzekerheden, als er onverwachte dingen gebeuren, als het niet volgens de regels gaat. ‘Juist dat maakt ons tot mens: dat we altijd vorm geven aan onszelf en daarmee dus geen ‘vastgestelde natuur’ hebben. Het hoort bij de mens om zichzelf steeds op het spel te zetten en aan zichzelf te ontstijgen.’ En de vraag te blijven stellen: Wat maakt de mens? Zoals Kirsten Poortier, Erik Myin en Peter-Paul Verbeek doen in hun boek.

Dit boek verscheen eerder op managementboek.nl